Het Oer-IJ, 2000 jaar strijdtoneel
In de driehoek Zaanstad, Velsen, Alkmaar stroomde tot aan het begin van de jaartelling een zijtak van de Rijn, die bij Castricum in zee uitmondde: het Oer-IJ. Conflicten hebben het landschap in al die eeuwen getekend, van de Romeinse tot de Duitse bezetting.
30 na Chr.: aanval op Fort Flevum
Een jaar of dertig, van 15 tot 47 na Christus, waren de Romeinen aanwezig in de monding van het Oer-IJ bij het huidige Velsen. Ze bouwden twee forten, legden een haven aan en vochten met Friezen en Chauken. Het eerste Fort Flevum werd rond het jaar 30 bijna veroverd door de Friezen, die het niet pikten dat ze meer belasting moesten betalen. Toen de rust weerkeerde, vertrokken de Romeinen om tien jaar later terug te komen en een nieuw fort te bouwen. Het besluit van keizer Claudius om de Rijn de grens van zijn rijk te maken, betekende het einde van de Romeinse geschiedenis in Velsen.

1297: Slag bij Vronen
Het kostte de Hollandse Graven in de 12de en 13de eeuw veel moeite om West-Friesland onder controle te krijgen. Graaf Floris V bracht met harde hand rust in het gebied. Bij zijn pogingen zijn macht te vergroten maakte hij echter nogal wat vijanden en werd in 1296 vermoord. De West-Friezen zagen hun kans schoon en kwamen een jaar later in opstand. Bij Vronen, het huidige Sint-Pancras,weren ze afgeslacht door het grafelijke leger. Vronen werd platgebrand, de dorpelingen kwamen op brute wijze om het leven.

1428: Zoen van Delft
Je had Kabeljauwen, genoemd naar de aanvalslustige roofvissen, en Hoeken, afgeleid van haken waarmee je vissen vangt. De eerste groep wilde hervorming van het bestuur, de tweede hield vast aan het feodale stelsel. Anderhalve eeuw voerden ze strijd, met name in het graafschap Holland. Zeker tien kastelen werden verwoest tijdens de Hoekse en Kabeljauwse twisten. In 1428 deden de partijen een verzoeningspoging, wat als de Zoen van Delft de geschiedenis is ingegaan. Toch laaide de strijd daarna nog regelmatig op.

1573: Alkmaars ontzet
De Tachtigjarige Oorlog (1568-1648) duurde in Noord-Holland maar een jaar of tien. Maar in die jaren richtten Spanjaarden en watergeuzen grote verwoestingen aan. De pogingen van de Spanjaarden om het gebied onder controle te krijgen, liepen vast op een moerassig landschap, dat ook nog eens in tweeën werd gedeeld door het IJ. Door inundaties en regenbuien zakte het geschut van de Spanjaarden tijdens hun beleg van Alkmaar win de modder, waarna ze vertrokkken. Nadat Amsterdam in 1578 overging naar de Oranjegezinden, was het gebeurd met de Spaanse aanwezigheid.

1914-1918: Eerste Wereldoorlog
Toen eind juli 1914 de Eerste Wereldoorlog uitbrak, werd ook in ons land de algehele mobilisatie afgekondigd. niet veel later was de Stelling van Amsterdam met 12.000 soldaten bemand. In 1885 was de bouw van de Stelling begonnen. Een ring van 135 kilometer rondom Amsterdam met 46 forten en een uitgebreid inundatiesysteem was de laatste verdedigingsgordel voor de hoofdstad: het Nationaal Reduit. Het was de laatste vluchtplaats waar de koning, regering en leger zich konden terugtrekken in geval van oorlog. Het landschap van het Oer-IJ speelde een cruciale rol. Met de polders, plassen (voormalige moerassen) en veenweides in dit landschap kon je vrij snel een ondoordringbare waterlinie creëren. Er werd tijdens de Eerste Wereldoorlog geen schot gelost - Nederland bleef neutraal - maar de Stelling van Amsterdam zette een enorm stempel op het landschap. Dat is mede te danken aan de kringenwet (1853), die bepaalde dat er tot een kilometer afstand van een verdedigingswerk weinig tot niet gebouwd mocht worden. De Stelling van Amsterdam is nu onderdeel van UNESCO Werelderfgoed Hollandse Waterlinies.

1941-1945: bouwplaats Oer-IJ
Om aanvallen op de West-Europese kust te ontmoedigen, besloot de Duitse legertop eind 1941 dat er van Spanje tot het norden van Noorwegen een verdedigingslinie gebouwd moest worden: de Atlantikwall. het Oer-IJ-gebied veranderde in een immense bouwplaats. Honderden bunkers, loopgraven, tankvallen, een schijnvliegveld, luchtafweer en radarinstallaties verrezen in het gebied. 40.000 inwoners werden gedwongen geëvacueerd. Vooral in 1944 was Festung IJmuiden doelwit van geallieerde bombardementen.

2024: het spoor terug
Wat is er van al die conflicten in het Oer-IJ gebied nog te zien? Van de Romeinse tijd zijn bij opgravingen veel voorwerpen gevonden, zoals aardewerk, spelden, munten en wapens. Je kunt ze zien in Huis van Hilde, archeologisch centrum in Castricum, en het Rijksmuseum voor Oudheden in Leiden. De meeste kastelen die zijn gebouwd in de strijd tegen de West-Friezen en de Hoekse en Kabeljauwse twisten, zijn verdwenen. In Heemskerk zijn Assumburg en Marquette er nog, van Ter Kleef (Haarlem) en Brederode (Velsen) resteren ruïnes en van Middelburg (Alkmaar), Oud-Haarlem (Heemskerk), Egmond aan de Hoef, Kronenburg en ‘t Blokchuijs (Castricum) zijn de terreinen goed zichtbaar. Op verschillende locaties, onder meer in het Rijksmuseum, liggen voorwerpen uit de Tachtigjarige Oorlog, zoals een klein scheepskanon dat in de Haarlemmermeer is gevonden en een zwaard dat is gebruikt bij het beleg van Alkmaar. Heel goed zichtbaar in het landschap is de Stelling van Amsterdam. Forten, nevenbatterijen, damsluizen en liniedijken maken dat je een goed beeld krijgt van deze unieke verdedigingslinie. Van de bouwwerken van de Atlantikwall is na de oorlog veel opgeruimd. Maar onder meer in de Kennemerduinen zijn nog bunkers, loopgraven, tankgrachten- en versperringen aanwezig.
Dit verhaal verscheen eerder in Fort! Magazine, een uitgave van Forten Nederland. Tekst: Frans Bosscher.